Make-up onder een mondkapje, zó blijft het goed zitten

Make-up onder een mondkapje, zó blijft het goed zitten

Herken je dat? Je hebt je make-up gedaan, maar nadat je je mondkapje op hebt gehad is het één grote smeerboel. Nee hè, daar gaat je moeite… Fear no more! Wij laten je zien hoe je zorgt dat de schade onder je mondkapje je bespaard blijft.

Tip #1: Set, set, set

Om ervoor te zorgen dat je make-up niet gaat smudgen onder je mondkapje is het belangrijk een goede settingpowder te gebruiken om je foundation/concealer als het ware “vast te zetten”. Op deze manier zorg je ervoor dat je huid wat minder aan je mondkapje blijft kleven. Daarnaast blijft je make-up er natuurlijk sowieso al beter door zitten gedurende de dag. Niet zo into poeders? Probeer dan eens een setting spray. Dit gebruik je nadat je al je make-up hebt aangebracht.

Tip #2: Primer

Ook een primer zorgt ervoor dat jouw make-up langer standhoudt en beter bestand is tegen de wrijving van mondkapjes. Een primer breng je aan nadat je je gezichtsverzorging gedaan hebt en voordat je je make-up aanbrengt.

Tip #3: Lip cover

Ben je groot fan van lipgloss of lipsticks? Dan zul je vast opgelucht zijn als we je vertellen dat je een mondkapje kunt dragen mét je lipgloss zónder dat de rest van je gezicht en je mondkapje onderzitten. Hiervoor zijn namelijk speciale lip protectors ontwikkeld. Deze plaats je aan de binnenkant van je mondkapje wat zorgt voor afstand tussen je lippen en het mondkapje. Handig!

Tip #4: Lip stain

In plaats van een lip cover kun je ook kiezen voor een lipstain. Dit is een soort lippenstift wat volledig opdroogt, waardoor het niet op je mondkapje kan komen. Een andere aanrader is een liquid lipstick. Deze zijn vaak wat dekkender en gepigmenteerder dan een lipstain.

Tip #5: Vergeet je skincare niet!

Je mondkapje kan niet alleen veel schade aanrichten aan je make-up, maar ook aan je huid. Het is daarom erg belangrijk om die ’s ochtends voordat je een mondkapje gebruikt en ’s avonds nadat je er een op hebt gehad goed te verzorgen.

Tekst: Isabella van Bloois