Het grote kapper woordenboek | Deel 2

Het grote kapper woordenboek | Deel 2

Blunt cut hoe? Keratine-wattes? Als je in de stoel van de kapper zit is het wel zo fijn als je een beetje begrijpt waar de vakman het over heeft. The Chair zet de must-know termen voor je op een rij in ons kapper woordenboek. Pas geleden kon je al kennis maken met wat termen in deel 1, deze keer deel 2:

Het grote kapper woordenboek | Deel 2

  1. Knotting: een techniek waarbij met twee plukken haar een knoop wordt gemaakt en wordt herhaald
  2. Lagen: een kapsel waarbij het onderste haar langer is dan het haar wat er overheen valt
  3. Lowlights: een kleurtechniek waarbij plukjes haar een donkerdere kleur krijgen dan je eigen haarkleur
  4. Mermaid hair: een trend waarbij het haar in een heldere pasteltint wordt gekleurd
  5. Messy: licht rommelig haar; niet te netjes, niet te gemaakt
  6. Ombre: een techniek in haarkleuring met een subtiel kleurverloop van donker naar licht, of van licht naar donker
  7. Ontkleuren: bleaching: een behandeling waarbij al de kleur uit het haar wordt getrokken. Dat vormt een goede basis voor een hele lichte (pastel) haarkleur
  8. Page coupe: een ronde bob die in een lijn aangesloten is rond het hoofd. Dus zonder langere plukken of onderbrekingen
  9. Parting: scheiding tussen twee of meer delen haar
  10. Passé: pluk haar met een rechte scheiding
  11. Permanent: omvorming van het haar door middel van ammoniumthioglycolaat-zout waarna krullen ingezet kunnen worden die permanent zijn tot ze zijn uitgegroeid
  12. Pixie cut: een korte, opgeknipte coupe voor vrouwen, waarbij het haar bovenop en aan de voorkant wat langer is
  13. Point cut: een kniptechniek waarbij er met de schaar verticaal in het haar wordt geknipt in plaats van horizontaal
  14. Pony: bang: kortere haren langs het gezicht die over het voorhoofd vallen. Een pony kan recht zijn, maar ook schuin voor een meer nonchalante look
  15. Scheiding: parting: scheiding tussen twee of meer delen haar
  16. Schoonmaakformule: product waarmee de kapper het overtollige haarverf (van de voorgaande kleurbehandelingen) uit het haar kan halen, zodat er een schone basis overblijft
  17. Sections: afdelingen: het afdelen van het haar in meerderen vlakken
  18. Slag leggen: finger waves: een retro methode waarbij je met de vingers golven in het haar zet en deze langs de haarlijn vast zet
  19. Slag: haar dat golvend is, maar geen krul
  20. Sleek: glad en stijl haar
  21. Slices: strak afgebakende plukken in het haar. Middels een slice kan een highlight met folie ingezet worden
  22. Sombre: ook wel subtle ombre; een meer naturelle, subtielere versie van de ombre
  23. Spoeling: een semipermanente haarkleuring die er na een paar wasbeurten uit wast
  24. Straight: stijl haar
  25. Texturizen: het knippen van verschillende (botte) lengtes in het haar zodat de coupe meer beweging en textuur krijgt.
  26. Tonen: het inkleuren van het haar met een semitransparante haarkleuring (toner)
  27. Toner: een speciale haarverf die alleen een gloed (semitransparante kleur) over het haar legt
  28. Touperen: back combing: het bij de aanzet tegen de haarrichting in kammen van het haar voor het creëren van volume
  29. Uitdunnen: een kniptechniek waarbij met een speciale schaar dik en stug haar wordt uitgedund om de coupe meer vorm te geven
  30. Undercut: een deels korte coupe waar langer haar overheen valt
  31. Visgraat vlecht: een techniek van vlechten waarbij je twee plukken haar vanaf de buitenkant over elkaar heen worden gelegd en bij de andere pluk wordt gevoegd
  32. Voordrogen: wanneer net gewassen/geknipt haar met de föhn en handen voor 80% droog wordt gemaakt. Daarna wordt het met föhn en borstel afgemaakt. Dit om het droogproces te versnellen.
  33. Waves: slag: haar dat golvend is, maar geen krul

Tekst: Aimée Kniese