Het grote kapper woordenboek | Deel 1

Het grote kapper woordenboek | Deel 1

Blunt cut hoe? Keratine-wattes? Als je in de stoel van de kapper zit is het wel zo fijn als je een beetje begrijpt waar de vakman het over heeft. The Chair zet de must-know termen voor je op een rij in ons kapper woordenboek:

Het grote kapper woordenboek

  1. Back combing: touperen: het bij de aanzet tegen de haarrichting in kammen van het haar voor het creëren van volume
  2. Babylights: een kleurtechniek waarbij er hele fijne highlights rondom de haarlijn en bij de kruin worden gezet, overlopend naar twee tinten lichter richting de punten toe.
  3. Back bar: het gedeelte in de kapsalon achter de wasbak waar shampoos en conditioners staan
  4. Balayage: een ‘uit-de-losse-pols’ techniek in haarkleuring die een zachte, natuurlijke, sun-kissed look geeft
  5. Bangs: pony: kortere haren langs het gezicht die over het voorhoofd vallen. Een pony kan recht zijn, maar ook schuin voor een meer nonchalante look
  6. Beach waves:  een losse, messy golf in het haar alsof je regelrecht van het strand afkomt. Te creëren met behulp van een zoutspray
  7. Bleaching: bleken: een behandeling waarbij al de kleur uit het haar wordt getrokken. Dat vormt een goede basis voor een hele lichte (pastel) haarkleur
  8. Blow dry: het in model brengen van het haar met behulp van de föhn of andere hitte tools
  9. Blunt cut: recht, enigszins bot geknipt kapsel
  10. Boblijn: een kapsel waarbij al het haar op een lengte is geknipt, meestal tot op de kaaklijn
  11. Braid: vlecht
  12. Curls: krullen
  13. Definitie: een lichte textuur of beweging in het haar
  14. Dip-dye: een techniek in haarkleuring waarbij de punten lichter van kleur zijn dan de aanzet, alsof de punten van je haar in de verf zijn gedoopt. Bij een dip-dye kunnen de punten ook een kleur krijgen
  15. Disconnection: wanneer verschillende lengtes in het haar met opzet niet subtiel in elkaar overlopen
  16. Dutch braid: een vlecht waarbij je de plukken onder elkaar door haalt in plaats van boven   elkaar langs
  17. Ecaille: een kleurtechniek waarbij met subtiele gouden highlights een sun-kissed look gecreëerd wordt
  18. Fading: een kniptechniek waarbij kort haar heel subtiel overloopt in iets langer haar. Een techniek die bij kort opgeknipte kapsel wordt toegepast.
  19. Finger waves: slag leggen: een retro methode waarbij je met de vingers golven in het haar zet en deze langs de haarlijn vast zet
  20. Fixeren: met een finishing spray het kapsel langere een langere houdbaarheid geven
  21. Föhnen: het drogen van het haar met behulp van een föhn
  22. French braid: de klassieke vlecht met drie plukken waarbij deze bovenlangs over elkaar heen worden gekruist
  23. Fringe: een pony, maar minder strak en vol dan de klassieke bang
  24. Frizz: pluizig haar
  25. Gedekt: als het haar precies lang genoeg is dat de hoofdhuid niet te zien is
  26. Glossing/glaze treatment: een semipermanente glansbehandeling die de haarkleur weer haar glans en levendigheid terug geeft
  27. Haarkleuring: haarverf: een speciale verf waarmee je kleur toevoegt aan het haar
  28. Hydrateren: het haar van buiten af voeden (met bijvoorbeeld een masker), zodat het haar minder snel droog wordt
  29. Highlights: een kleurtechniek waarbij plukjes haar een lichtere kleur krijgen dan je eigen haarkleur. Ze zijn grover ingezet dan babylights
  30. Keratin treatment: een haarbehandeling waarbij vloeibare keratine middels hitte het haar wordt ingesluisd om het haar super glad en pluisvrij te maken

Tekst: Aimée Kniese