Kan je talkpoeder gebruiken als droogshampoo?

Kan je talkpoeder gebruiken als droogshampoo?

Het gonst rond op het internet: talkpoeder gebruiken als droogshampoo. Maar kan het ook echt? The Chair vertelt het je.

Je haar wassen is een soort Mission Impossible geworden. Je wil niet naar bed met nat haar – omdat het dan op standje windhoos komt te staan en sneller afbreekt. Je wil niet met nat haar de deur uit, maar hebt geen tijd om je haar uitgebreid te föhnen. Maar vette lokken, daar zit je óók niet op te wachten, want deze vette kapsels heb je al veel te vaak gedragen. Enfin, droogshampoo is dan ook vaak je redding.

In ons grote droogshampoo dossier kon je al lezen over de do’s en do nots van droogshampoo. Maar hoe zit dat met talkpoeder. Kun je het echt gebruiken als vervanger van?

Talkpoeder als droogshampoo gebruiken

Het gonst op media als Instagram en TikTok – wat ons overigens niet verbaast – van dames en heren die talkpoeder als droogshampoo gebruiken. Zij zweren erbij. Maar hoe werkt dat in de praktijk? En wat vinden de experts ervan?

Byrdie.com interviewde twee haarexperts over het onderwerp. Hun conclusie? Er zijn droogshampoo’s (vooral op basis van zetmeel) die veel lijken op talkpoeder. Maar deze zouden de hoofdhuid minder goed reinigen als droogshampoo’s op basis van alcohol. De zetmeel droogshampoo’s (en dus ook het talkpoeder), zouden zelfs ervoor kunnen zorgen dat de hoofdhuid verstopt raakt en vieze bacteriën vasthoudt bij veelvuldig gebruik. Kortom: gebruik ’t vooral, maar wel met mate en een regelmatige wasbeurt.

Kun je het wel gebruiken?

Het antwoord: ja, maar wel in extreme mate. De experts uit het artikel van Byrdie raden maximaal twee keer per week aan en dan een hele kleine hoeveelheid. Maar of je het nu echt zou willen? Volgens de experts kan het gevaarlijk zijn voor je hoofdhuid. Dus wanneer je de keuze hebt, kun je beter gaan voor de normale droogshampoo’s. En voeg talkpoeder vooral niet toe aan je reguliere haarroutine. Maar gebruik het meer als een noodoptie eens in de zoveel tijd.

Tekst: Renée Prenger